vrijdag 31 mei 2013

Nou ja...




Ik opende de mail meteen (en niet pas na vijf dagen) en las een kort bericht. Men had mijn manuscript in goede orde ontvangen.
Daar was ik blij om. Blij dat het niet was kwijtgeraakt, niet was natgeregend of beschadigd geraakt. (Mijn achterdocht tegenover voormalige staatsbedrijven zit diep en wordt regelmatig bekrachtigd door een spoorwegmaatschappij.)
Maar vooral was ik blij omdat het net echt was.
Een goed gevoel. Het is ongeveer zoals ik me vroeger voelde als ik naar een restaurant ging. Ik bestelde iets te eten, ze schreven het op of onthielden het en zetten het na een tijdje op tafel.
Ik kon er niet over uit.
Dat is beter dan het gevoel van tegenwoordig: dat het te lang duurt, te koud is of niet lekker genoeg.
Ik heb gelijk. Het is niet lekker genoeg, zeker omdat het te duur is.
Maar soms verlang ik terug naar de tijd dat ik het prachtig vond.

zondag 26 mei 2013

Ja! Nee!




In het begin verwacht je nog niks, dus ging ik door met leven.
Ik zag een man zitten op een muurtje in de stad. Hij had een lange grijze baard, lang haar met knopen en een dikke rode neus met blauwe bobbels, min of meer een cliché van zichzelf dus.
Hij riep: 'Ja!'
Even was hij stil en riep toen: 'Nee!'
Na weer een stilte: 'Ja!'
En na een korte tijd: 'Nee!'
Binnen een week kreeg ik een mail van een uitgever terug.

vrijdag 24 mei 2013

Ik deed het op de post






Ik twijfel over hoe ik erover zal vertellen. Het is als met verhalen over ziektes, zelf ben je er vol van, je hebt er veel over te vertellen en je hebt de neiging ook te vertellen over wat je in je diepste ellende meemaakte: het bloed, de moedeloosheid, de pijn.
Maar dat kan nogal onsmakelijk worden. Of erger: vervelend.
Maar goed, ik ben begonnen, laat ik me maar niet voorstellen hoe jullie het lezen, heb ik niet in de hand, moet ik niet willen, laat ik maar gewoon iets schrijven. Niet omdat het moet, omdat ik het eenmaal beloofd heb, maar meer uit lamlendigheid, ik moet toch iets, ik heb mijn jas aangetrokken, sta buiten, ik kan net zo goed een eindje gaan lopen, kijken hoever ik kom. En misschien is dit het wel, is dit het enige wat ik de wereld zal insturen.
Ik heb het opgestuurd. Ik deed een manuscript op de post waarvan mijn begeleiders zeiden dat het goed was, dat het zelf behoorlijk goed was, garanties worden niet afgegeven, zij waren geen uitgevers, maar het zou toch wel raar zijn... er verschijnt zoveel en niet alles is even best. Dit zou op zijn minst een kans verdienen.
En toen begon het lange wachten.

donderdag 16 mei 2013

Wát? Jij ook al?



Ik snap de uitgevers wel, maar ik ben de uitgever niet, ik ben iemand met een manuscript.
Het is of ik mijn kleutertje naar school wil brengen. Maar de school is niet groot en aan de poort staan onderwijzers te zuchten: 'Jij ook al?'
En: 'Iedereen heeft een kleutertje tegenwoordig en moeders willen ze allemaal op deze school hebben. Weet je het wel zeker? Is het slim genoeg? Zoveel scholen zijn er niet, kun je het niet zelf gaan opleiden?'
En: 'Je moest eens weten hoeveel moeders hier langskomen. Allemaal denken ze dat hun kleutertje slim is, maar we zien heel domme voorbijkomen, echt hopeloze gevallen, wij willen alleen de besten. Maar goed, ga naar binnen, laat het beoordelen, misschien is die van jou briljant. Het zal wel enige maanden duren voor je antwoord krijgt, we hebben het erg druk.'
In mijn hart geloof ik dat mijn kleutertje naar school zou kunnen, dat het eraan toe is. Maar ja, dat denkt iedereen waarschijnlijk. En briljant... Dat durf ik niet vol te houden. Het is heel goed mogelijk dat ik iets over het hoofd zie.
Toch zie ik op het schoolplein  kleutertjes voorbij komen die ik helemaal niet zo schrander vind en die wel zijn aangenomen. Dat kan ik natuurlijk niet goed beoordelen, maar het verbaast me.
Dus ben ik geneigd om me om te keren. Laat maar. Het lukt toch niet.
En ook wil ik ergens niet dat er iemand tegen me zegt: dat kindje van jou, daar is geen eer aan te behalen. Dat wil ik mijn kindje niet aandoen.
En meer nog: dat wil ik zelf liever niet horen. Ik ben een struisvogel.
Ook daarom twijfelde ik.

woensdag 8 mei 2013

Tsunami aan manuscripten



En nu zoek ik een uitgever. Dat lijkt dat niet iets om me voor te schamen, maar het probleem is: ik ben niet de enige. Uitgevers worden overstelpt door manuscripten, er komen daar dagelijks stapels binnen.
Redacteuren maken boeken, het beoordelen van manuscripten doen ze er vaak naast. Het gebeurt in de weekenden en vakanties.
Werk moet leuk blijven, je moet niet alle weekenden doorwerken, ik geloof niet in honderdurige werkweken, het is een keer genoeg.
Er zijn meer dan een miljoen schrijvende Nederlanders. Uitgevers weten dat er nog een tsunami aan manuscripten in de Nederlandse laden liggen. Ik vind het niet zo gek dat ze het een beetje willen afhouden. Het blijkt uit hun sites: nieuwe manuscripten zijn welkom, maar het zijn er veel, een reactie kan even op zich laten wachten en zal kort zijn. Ze leggen met enige regelmaat uit in kranten- en tijdschriftartikelen hoe ze werken, dat het veel werk is, proberen begrip te kweken. Ze proberen manuscripten binnen te halen, maar ontmoedigen het ook een beetje. Zelfbescherming. Ik snap het. En soms maken ze er grapjes over. Het is alleen maar te prijzen dat je onder zo'n hoge werkdruk je gevoel voor humor niet verliest.
Ik begrijp ook dat ze veel troep binnenkrijgen, onzinnig, ijdel, lelijk en halfaf proza.

Ik ben dol op poezen. Een kat in huis vind ik geweldig. Twee ook. Zelfs zes katten om me heen zou ik enig vinden. Maar twintig wordt wat veel. En als het er meer dan honderd worden, spreken we van een plaag. Als je ze vervolgens je huis probeert uit te werken, en aan de achterkant trippelen er net zo hard weer nieuwe binnen, dan zou ik daar radeloos van worden.

Ik voel me onderdeel van een plaag. Ik ben er niet trots op dat ik ga bijdragen aan die hopeloos makende immer groeiende bult werk van redacteuren.
Ik snap de uitgevers, maar...
Hoe leg ik dit uit?

dinsdag 7 mei 2013

Het bestaat niet en ik ben geen schrijver






Anton Corbijn heeft een boek met foto's van Tom Waits gemaakt. Hij fotografeert niet voor de hoezen van Tom Waits, daarom zijn de foto's niet bekend en de meesten zijn zelfs nooit ergens verschenen. Gister zei hij bij DWDD: 'Als je foto's in de studio blijven, bestaan ze niet.'
En dat is precies wat er met mijn roman aan de hand is. Hij bestaat niet. Niet zolang hij er niet is. Zolang er niets gepubliceerd is, mag je je geen schrijver noemen, begreep ik van een schrijver. En ik was (en ben) het met hem eens.
Het bestaat niet en ik ben geen schrijver.
Ik ben heel lang en intensief met iets beziggeweest, ik heb een meelezer gehad - iemand met verstand van zaken - die heel enthousiast was. Maar er ís niks.
Het is vooral de volgende stap waar ik me voor schaam.

maandag 6 mei 2013

Ik schaam me een beetje



En dan is er zo'n stemmetje in mijn hoofd dat zegt: is het wel zo'n goed verhaal? Er zijn zoveel mensen die het meemaken, mee gaan maken of zouden willen meemaken. Volgens schattingen zijn het er meer dan een miljoen, het is niets bijzonders
Ik weet niet of dat zo is en hoever die miljoen mensen dan zijn. Maar ik weet wel dat ik het van die mensen zou willen weten.
Toch lees je er zelden over. Behalve als het een groot succes is geworden, dan lees je hoe moeilijk het aanvankelijk was. Maar als het nog onzeker is, hoor je niets. En als het mislukt nog minder.
Ik kan het me voorstellen, zelf vertel ik het ook liever niet. Maar ik weet ook: als ik het zou willen lezen, waarom jullie dan niet? Ik vertel het dus op het moment dat nog niets zeker is. Integendeel, ik ben er inmiddels ongeveer van overtuigd dat het niet gaat lukken. Zoals ik zei: het lijkt me een hopeloze onderneming.
Dat vooraf.
Goed.
Hoe zal ik het zeggen?
Ik heb een boek geschreven.
Een roman.
Daarom was ik zo stil was de afgelopen tijd.
En nu schaam ik me een beetje.

vrijdag 3 mei 2013

Staatsieportret




Hoe begin je een verhaal, een nieuw verhaal, een echt verhaal over iets dat ik belangrijk vind? Een verhaal dat ik soms schoorvoetend aan mensen in mijn nabije omgeving vertel? Ik zou het graag van anderen willen lezen, maar zou het liever niet zelf vertellen. Maar ja, waarom niet? Als het nu een goed verhaal is?
Ik wide beginnen zoals ik meestal begin, vanaf de buitenkant, oppervlakkig, maar ook weer niet. Ik wilde een nieuwe tiara kopen. Die had ik bij een groot warenhuis zien liggen, meestal hebben ze die niet, want wie draagt zo'n ding. Maar dit zijn andere tijden. Toch kocht ik hem niet, het was onzin, hij was me te duur. Maar opeens wilde ik hem. Als iemand hem nodig heeft, dan ik.
Ik ben gister gaan kijken, heb hem gepast. Het personeel keek een beetje raar.
Ik ook.
Hij stond me niet, ik zou er geen indruk mee maken, jullie zouden hem amper zien. Een kroontje moet groter, protsiger en waarschijnlijk véél goedkoper. Ik ga nog wel eens naar een feestwinkel. Dat kan later wel, ik moet nu niet te veel dralen. Misschien moet ik maar gewoon beginnen.
Dit is mijn staatsieportret, keurig in het koningsblauw, met mijn oude kroon.
Maar Maxima droeg toch ook een oudje? Bovendien gaat het niet om het beeld, maar om het verhaal.

dinsdag 30 april 2013

Een nieuw begin




Het is vandaag een belangrijke dag, want na vandaag zal er iets veranderen. Ik had het al aangekondigd, het was nog best spannend of het zou doorgaan. Maar als de plannen eenmaal gemaakt zijn, gaat het gebeuren, zo verloopt het meestal. Dus vandaag nemen we afstand van het oude en gaan we met het nieuwe beginnen. Hoe het eruitziet weten we niet. Of het erg nieuw is, evenmin, maar toch.
Het klinkt allemaal nog een beetje formeel, maar dat is meestal op zo'n overgangsdag.
Dus zeg ik vandaag alleen: ik aanvaard mijn opdracht.
Dank jullie wel.

(En mijn haar zit verre van perfect. Maar hé, ik moet het zelf doen.)