En nu zoek ik een uitgever. Dat lijkt dat niet iets om me voor te schamen, maar het probleem is: ik ben niet de enige. Uitgevers worden overstelpt door manuscripten, er komen daar dagelijks stapels binnen.
Redacteuren maken boeken, het beoordelen van manuscripten doen ze er vaak naast. Het gebeurt in de weekenden en vakanties.
Werk moet leuk blijven, je moet niet alle weekenden doorwerken, ik geloof niet in honderdurige werkweken, het is een keer genoeg.
Er zijn meer dan een miljoen schrijvende Nederlanders. Uitgevers weten dat er nog een tsunami aan manuscripten in de Nederlandse laden liggen. Ik vind het niet zo gek dat ze het een beetje willen afhouden. Het blijkt uit hun sites: nieuwe manuscripten zijn welkom, maar het zijn er veel, een reactie kan even op zich laten wachten en zal kort zijn. Ze leggen met enige regelmaat uit in kranten- en tijdschriftartikelen hoe ze werken, dat het veel werk is, proberen begrip te kweken. Ze proberen manuscripten binnen te halen, maar ontmoedigen het ook een beetje. Zelfbescherming. Ik snap het. En soms maken ze er grapjes over. Het is alleen maar te prijzen dat je onder zo'n hoge werkdruk je gevoel voor humor niet verliest.
Ik begrijp ook dat ze veel troep binnenkrijgen, onzinnig, ijdel, lelijk en halfaf proza.
Ik ben dol op poezen. Een kat in huis vind ik geweldig. Twee ook. Zelfs zes katten om me heen zou ik enig vinden. Maar twintig wordt wat veel. En als het er meer dan honderd worden, spreken we van een plaag. Als je ze vervolgens je huis probeert uit te werken, en aan de achterkant trippelen er net zo hard weer nieuwe binnen, dan zou ik daar radeloos van worden.
Ik voel me onderdeel van een plaag. Ik ben er niet trots op dat ik ga bijdragen aan die hopeloos makende immer groeiende bult werk van redacteuren.
Ik snap de uitgevers, maar...
Hoe leg ik dit uit?